Het kapitalisme rukt op in Cuba

Op zondag 20 maart 2016, brengt Barack Obama een 48 uur bezoek aan de Republiek Cuba. Voor het eerst in 88 jaar zal een Amerikaanse president voet zetten op het Caribische eiland. Cuba is voor communisten nog altijd een socialistische republiek. Revolutionair socialisten hebben die bewering nooit ondersteund. Toegegeven, de economie is nog grotendeels in de handen van de staat en de markt is nog zwak. Maar de bejaarde Raúl Castro neemt sinds 2008, steeds meer stappen richting het kapitalisme. Dat is heel ironisch omdat de jongere Raul, eerder een aanhangers was van het stalinisme dan zijn broer Fidel. Het waren Che Guevara en Raúl Castro die zijn marxistisch noemde, Fidel Castro deed dat pas na de revolutie van 1959! 

Het hypocriete westen staat erom bekend dat ze enorm veel kritiek heeft op landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten. In 2/3 van alle gevallen zijn dat landen waar het westerse kapitalisme weinig macht bezit. Landen zoals Noord Korea, Cuba, Iran en tot kort Myanmar kregen erg vaak kritiek van westerse landen. Die kritiek is terecht want de mensenrechten worden systematisch onderdrukt door die landen. Echter er zijn ook naties waar het westen zeer goede banden mee heeft en waar ook de mensenrechten niet nageleefd worden. Neem Saoedi-Arabië, een tweede Islamistische Republiek Iran, alleen dan pro-westers. Of de andere Arabische olie staten, die allemaal absolute monarchieën zijn, daar hoor je de westerse regeringen nauwelijks tot nooit over klagen. Cuba is bezig met grote hervormingen en het westen is daar blij mee. Ze hopen natuurlijk op een economisch systeem dat hun kapitalisten weer toegang geeft tot de Cubaanse arbeidsmarkt. Datzelfde gebeurde in Azië, in zowel China als Vietnam.

Sinds Raúl Castro president is van de Republiek Cuba zijn er grote hervormingen doorgevoerd. 500.000 arbeiders werden ontslagen door de overheid en moesten zich zelf gaan redden als ”zelfstandige” ondernemers. De stalinistische overheid hief verschillende regels op, zoals het verbod op mobiele telefoons en dvd spelers. Eind 2013 werd bekend dat Cubanen nu buitenlandse auto’s mogen kopen. Tot dan toe was het hun alleen toegestaan om auto’s te kopen, die voor de revolutie van 1959 al op Cuba reden. Probleem is alleen dat de prijzen voor geïmporteerde auto’s door deze liberalisatie met 400% zijn toegenomen. De prijs voor een Peugeot 206 is al snel 67.000 euro. De meeste Cubanen verdienen een salaris tussen de 22 en 30 euro in de maand. Het is dus duidelijk dat niemand uit de arbeidersklasse een buitenlandse auto kan kopen!

Oorzaak voor de hoge prijzen zijn de belastingen door de staat en de winsttoeslag, want de Cubaanse staat wil de geïmporteerde auto’s met winst verkopen (heel kapitalistisch). Dit bewijst de staats-kapitalistische tendentie binnen de Communistische Partij van Cuba, die sinds het aantreden van Raúl Castro nu meer kapitalistische besluiten neemt. Wat dit hele verhaal nog ironischer maakt is het feit dat Raúl, juist de dogmatische stalinist was van de Castro broers. Jaren voordat Fidel Castro zich een ”marxist” noemde, was zijn jongere broer al in de ban van het marxisme-leninisme (stalinisme). Raúl werd in zijn jeugd jaren lid van de Socialistische Jeugd, de jongeren organisatie van de Populaire Socialistische Partij. Deze partij bestond uit Moskou trouwe stalinisten. Tijdens de Cubaanse revolutie waren hij en Che Guevara bijna de enigste marxisten binnen de Beweging van de 26 July. Het is daarom ironisch dat juist de stalinist; Raúl Castro al deze kapitalistische hervormingen maakt. Typisch voor stalinisten, die in hun wanhoop besluiten nemen die juist behoorlijk antisocialistisch zijn!

De Cubaanse economie had het lastig in de jaren 90. Door het wegvallen van de Sovjet-Unie en het misdadige embargo, kreeg Cuba het zwaar. Fidel Castro noemde deze periode; Speciale Periode in de Tijden van Vrede. Het stalinistische regime kon tussen 1959 en 1991 voor best wat welvaart zorgen. Cuba behoorde zeker tot de betere ontwikkelde volksrepublieken. Maar doordat het eiland onder een handelsembargo lag, was het economisch afhankelijk van het Oostblok. Toen het stalinisme wegviel en het kapitalisme de macht in Rusland overnam was het gedaan met de goedkope grondstoffen. Cuba zat zonder brandstof en hierdoor moest de overheid maatregelen nemen, die niet bepaald socialistisch van aard waren. Natuurlijk had Fidel Castro het anders kunnen doen, hij had democratisch socialisme moeten opbouwen. Dan was het embargo ook verleden tijd geweest.

In een socialistische democratie zou het embargo van de Amerikanen niet lang stand houden, omdat de hele wereld zich tegen de VS zou keren mochten de Amerikanen er mee doorgegaan zijn. Maar Castro vreesde dat Cuba net als de Sovjet-Unie en het Oostblok zou vergaan in een zee van armoede en ongelijkheid. Dus bleef hij dogmatisch vast houden aan het stalinisme en dies totalitaire politiek. Toch had Cuba harde valuta nodig, hierdoor nam Fidel het besluit om wat kapitalistische hervormingen door te voeren. Socialistische alternatieven waren mogelijk, maar omdat kapitalisme net als stalinisme dictatoriaal van aard is, past het goed binnen een dictatuur. De eerste stappen richting een beperkte markt economie begonnen in 1994!

Om de staat van buitenlandse valuta te voorzien, werden hotels gebouwd voor buitenlandse toeristen. Er kwam een tweede Cubaanse munteenheid, die alleen door toeristen gebruikt mag worden. Rijke hotelondernemingen mochten zich gaan vestigen op Cuba en Cubanen in dienst nemen. Vele deden dit en het bood enkelen de kans om meer geld te verdienen. Werken in een hotel is veel lucratiever, zeker omdat je dan meer geld verdient. Het modale inkomen op Cuba ligt tussen de 22 euro en 30 euro in de maand!

Doordat het economisch slecht ging met Cuba na 1991, werden ook dieren het slachtoffer van menselijke wanhoop. Straatdieren zoals honden en katten, verdwenen allemaal uit het straatbeeld. Waar je voor 1991 nog genoeg koeien kon zien grazen, werd dit al snel zeldzaam. Zo zeldzaam zelfs dat de overheid de koe ging beschermen en zwarte straffen oplegt aan iedereen die een koe doodt. Je kunt 10 jaar celstraf krijgen als je het lef hebt om een ”socialistische” koe te doden en op te eten. Maar zo wanhopig waren enkele Cubanen, want door de economische crisis jaren ging de levensstandaard er flink op achteruit (behalve natuurlijk voor de partijbonzen en de Castro broers)!

De harde bezuinigingen leidde ertoe dat het regime zich overeind kon houden. Fidel Castro gebruikte de ondergang van de Sovjet-Unie als propagandawapen en wees op de vreselijke armoede die ontstond in het nieuwe kapitalistische Rusland. Hoe erg de crisis op Cuba ook was, echte armoede zoals Rusland kende was er niet. Het stalinistisch dogmatisme bleef heersen en buitenlandse handel bleef beperkt, Cubanen mochten nog steeds niets kopen uit het kapitalistische westen. Het was een lastige periode, zeker voor jonge studenten die hadden gestudeerd in de Sovjet-Unie. Na hun terugkomst bleek dat er geen banen waren, vele moesten werk gaan doen waar ze niet voor gestudeerd hadden in het buitenland!

Vanaf 2012 mogen Cubanen meer dan 181 beroepen uitoefenen, waar de staat geen monopolie meer op neemt. Ook is het nu toegestaan om als kleine ondernemer te beginnen. Toch blijft het lastig voor zelfstandigen. Zeker omdat de overheid meer dan 500.000 mensen dwong om zelfstandig te worden, in het kader van een nieuwe ronde bezuinigingen. Het is heel oneerlijk dat een overheid zomaar verwacht van 500.000 mensen dat ze zich zelf economisch kunnen redden. Zeker als je bedenkt dat het Cubaanse stalinisme een grote rem was op de ontwikkeling van het eiland. Innovatie werd alleen toegestaan als de staat dat wou, in andere woorden alleen als Fidel Castro dat wou. Meestal toonde de staat zich niet bereid om innovatieve handelingen door te voeren.

In 2011 werd al een stap richting een markt economie gemaakt, toen Cubanen hun huis mochten verkopen. Tot dan toe was dat verboden. Maar in 2011 werd dit mogelijk en sindsdien mag men op het eiland huizen kopen en verkopen. Probleem is alleen dat bijna niemand op Cuba een huis kan kopen. Veel Cubanen willen hun huis verkopen en zo meer geld krijgen. Maar de vraag naar huizen op Cuba is laag en het aanbod enorm. Rijkere Cubanen die hoge functie hebben binnen de staatsbureaucratie, zijn misschien de enigste groep die in staat zijn huizen te kopen. Een andere groep die dat mogelijk ook kunnen zijn Cubanen met familie in het buitenland. Veel families krijgen geld van familieleden in de VS, dit is sinds enkele jaren toegestaan door zowel de Cubaanse overheid als de Amerikaanse overheid!

Vanaf begin jaren 90 was er die tweede munteenheid. De convertibele peso wordt gebruikt in de toeristen sector en is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Ook kunnen (bepaalde) Cubanen met de convertibele peso, producten kopen zoals mobiele telefoons, dvd spelers en andere luxe producten. Door de invoering van deze convertibele peso, ontstond een tweedeling in de maatschappij. Aan de ene kant de arbeidersklasse, die onder stalinistische dwang moest leven en een groep Cubanen, die dankzij hun toegang tot de convertibele peso een beter leven konden opbouwen. Meestal zijn dat mensen die werken in de toeristensector, waar de convertibele peso meer waard is dan de normale peso. Cubanen die werken voor buitenlandse hotels worden betaald met de convertibele peso, terwijl de meeste arbeiders op Cuba, betaald krijgen in de normale peso. In 2013 werd bekend dat de Cubaanse overheid een einde wil maken aan de twee munteenheden. Echter na drie jaar is dit nog niet voor elkaar!

Sinds 2008 is het kapitalisme bijzonder positief over de hervormingen van Raúl Castro. Maar de Amerikanen weigeren om het embargo op het heffen. Zij willen vooral dat er politieke hervormingen komen. Heel hypocriet aangezien de VS die nooit eiste in China en Vietnam. De Volksrepubliek China stond nooit onder een handelsembargo. Al in de jaren 70 waren de relaties tussen Washington en Beijing goed. Ook na de dood van Mao Zedong bleef China een bondgenoot van de VS tegen de Sovjets. De Chinezen vlogen met westerse vliegtuigen. Anders dan de luchtvaartmaatschappijen uit het Oostblok, vloog CAAC (staatsluchtvaartmaatschappij tot 1987) vooral met Boeing toestellen. Sovjet vliegtuigen waren een minderheid in het arsenaal van CAAC.

Noord Vietnam leefde sinds 1964 onder een handelsembargo, na 1975 kwam geheel Vietnam onder een westers embargo te staan. Pas in 1994 waren de Amerikanen ervan overtuigd, dat Vietnam zich had geopend voor hun bedrijven. Mocht Cuba zich ook openen voor Amerikaanse kapitalisten dan blijft het embargo niet lang leven. Want als het gaat om geld verdienen dan gaan de winsten voor de mensen, bij de Amerikanen!

Het stalinisme op Cuba blijft bestaan dankzij het idealisme van veel Cubanen. Hun geloof in een betere wereld is oprecht en dat heeft Fidel Castro goed gedaan. Maar wat Cuba nodig heeft in onze ogen is een raden-democratie. Een democratie waarin arbeiders-raden het voor het zeggen hebben. Geen centrale staatspartij of parlement, maar een Congres van Arbeiders Raden. Deze raden moeten de economie en de politiek vormen van een nieuwe Cubaanse Socialistische Raden-Republiek. Zo’n raden-republiek zal enorm verschillen met de huidige Republiek Cuba, die gebaseerd is op de burgerlijke staatsinrichting. De huidige wetgeving verbiedt het politieke partijen om campagne te voeren tijdens verkiezingen. Ook de communistische partij mag dat niet doen. Wel is het zo dat de staat bepaald wie mee mag doen met verkiezingen en wie niet. Critici van de communistische partij komen meestal niet op de kandidatenlijsten!

Nu de verhoudingen met de VS beter zijn, zal de communistische partij meer markt hervormingen invoeren. Cuba zal langzaam afzakken naar een staats-kapitalistische maatschappij. Dit houdt in dat de staat nog eigenaar zal zijn van de productie middelen, maar dat staatsbedrijven volgens markt principes gaan werken. Winst maken zal belangrijker worden en Cubanen zullen snel merken dat solidariteit en menselijkheid niet binnen dit systeem passen. De vraag is of de Cubanen in staat zijn om de idealen van het socialisme net zo snel in te ruilen voor kapitalistische overtuigingen als de Aziaten deden!

China en Vietnam zijn al bijna 30 jaar bezig met markt hervormingen. Revolutionair socialisten vinden dat het stalinisme op Cuba aan het sterven is. Dat bleek al in 1991 toen het eiland zwaar geraakt werd door de ondergang van de Sovjet-Unie. De economische politiek van Cuba sindsdien meer gericht op het kapitalisme, dat zien we vooral door de invoering van een tweede munteenheid en het toestaan van buitenlandse hotel-kapitalisten. Nu ondernemerschap wordt ondersteunt is het nog maar de vraag hoe lang het zal duren voordat buitenlandse bedrijven weer toegang krijgen tot het Caribische eiland. Raúl Castro zal dat misschien nog niet steunen, maar hij is bejaard en leeft over 10 jaar vermoedelijk niet meer. Een nieuwe generatie Cubanen zal opgroeien met meer ongelijkheid als het staats-kapitalisme groeit!

 

President Raùl Castro met President Barack Obama!

President Raùl Castro met President Barack Obama!

Advertenties