De ondergang van Dilma Rousseff

Ooit was ze een marxistische vrijheidsstrijder, een vijand van het kapitaal en diens aasgieren. Nu dreigt president Dilma Rousseff van Brazilië afgezet te worden door het parlement van het land. Rousseff behoort tot de verraderlijke; Arbeiderspartij (PT). Deze sociaal democratische partij leidt de regeringscoalitie, bestaande uit negen politieke partijen. Dilma Rousseff erfde een zeer ongelijk land, waarin de superrijken alles hebben en de arbeidersklasse in grote armoede leeft. Haar voorganger Luiz Inácio Lula da Silva, kwam in 2003 aan de macht en beloofde grote sociale hervormingen. Die kwamen maar zeer beperkt. Corruptie, armoede en sociale ongelijkheid bleven heersen. Door de massieve staatscorruptie heeft politiek rechts nu een middel gevonden om Rousseff van de Braziliaanse ”troon” te storten!

Revolutionair socialisten voelen weinig medelijden met Rousseff, ze is een typische sociaal democratische klassenverrader. Waarom? Omdat ze het kapitalistische beleid van Lula gewoon heeft voorgezet. Die beloofde in 2003 om een einde te maken aan de ellende waarin de armen zich al eeuwen bevonden. De Arbeiderspartij had een grote aanhang, maar draaide naar rechts toen ze haar socialistische principes, overboord wierp voor regeringsdeelname onder het (neoliberale) kapitalisme. Lula kwam aan de macht, maar moest die macht delen met partijen die helemaal geen socialisme wouden!

Brazilië heeft een zeer versnipperd politiek landvlak. Er zijn in totaal meer dan 25 politieke partijen vertegenwoordigd in de Kamer van Vertegenwoordigers, dit parlement heeft 513 zetels. Er bestaat geen partij die de absolute meerderheid heeft, laat staan meer dan 1/3 van het totaal aantal zetels. De grootste partij is op dit moment de Braziliaanse Democratische Bewegingspartij (PMDB) met 67 zetels, gevolgd door de Arbeiderspartij (PT) met 60 zetels en de Braziliaanse Sociaal Democratie Partij (PSDB) met 52 zetels. Maar zelfs die drie partijen hebben niet eens de helft van alle zetels in bezit!

Om het Braziliaanse kapitalisme van een stabiele regering te voorzien, hebben de kapitalistische partijen tot 2003, altijd de macht kunnen behouden. De PMDB en PSDB zijn de grootste rechtse partijen, die gesteund worden door liberale en conservatieve partijen. We moeten even duidelijk maken dat de term ”sociaal democratisch” in Brazilië dezelfde betekenis heeft als in Portugal. Als een politieke partij die naam aanhangt, wordt daarmee niet de sociaal democratie bedoeld zoals Nederlanders die kennen. De term ”sociaal democratisch” wordt door politiek rechts gebruikt, om de illusie te kweken dat ze centrumlinks zijn. Ook zijn er veel partijen die zich bijvoorbeeld; partij van de arbeid, arbeidspartij of progressieve partij noemen. Dit terwijl deze partijen allemaal tot het rechtse spectrum gerekend kunnen worden.

Dit is heel verwarrend omdat je heel goed moet weten welke partij nu rechts en links is. Revolutionair Socialistische Media heeft hier een lijstje gemaakt met de tien grootste politieke partijen in Brazilië!

Naam partij Aantal zetels Officiële ideologie Werkelijke ideologie Steunt de president
Arbeiderspartij 60 Socialisme Sociaal democratie JA
Braziliaanse Democratische Bewegingspartij 67 Centrisme Neoconservatisme NIET MEER
Braziliaanse Sociaal Democratie Partij 52 Sociaal liberalisme Neoliberalisme NEE
Progressieve Partij 46 Liberaal conservatisme Rechts populisme NEE
Sociaal Democratische Partij 37 Sociaal democratie Neoliberalisme JA
Braziliaanse Socialistische Partij 32 Socialisme Sociaal democratie JA
Democraten 28 Liberaal conservatisme Neoliberalisme NEE
Braziliaanse Republikeinse Partij 22 Christen democratie Katholicisme JA
Democratische Arbeidspartij 19 Sociaal democratie Links populisme JA

President Dilma Rousseff komt oorspronkelijk uit de Democratische Arbeidspartij. Ze vocht als marxistische guerrilla strijdster tegen de rechtse dictatuur die tot 1985 bestond. Toen de dictatuur eenmaal afgeschaft was, toonde Rousseff zich bereid om met voormalige aanhangers van die dictatuur samen te werken. In Porto Alegre sloot haar Democratische Arbeidspartij eind jaren 80 een verbond met Nelson Marchezan, een politicus die werkte voor de militaire machthebbers. We kunnen met zekerheid zeggen dat de verrechtsing van Dilma Rousseff begon eind jaren 80, begin jaren 90. Dit is niet ongewoon, want veel marxistisch denkende personen in Latijn Amerika bekeerde zich tot het kapitalisme, na de implosie van het stalinisme!

Het was echter niet haar PTD die het meest populair zou worden bij de arme Brazilianen. Nee, het werd de Arbeiderspartij van Lula die in jaren 90 veel steun won. In 2002 stemde bijna 18% van de Brazilianen op de partij van Luiz Inácio Lula da Silva. Door zijn populariteit besloot Rousseff om haar oude partij te verlaten en lid te worden van de PT. Zo kwam het dat de ex-marxist lid werd van de linksere PT, hoewel ze al snel behoorde tot de rechtse vleugel waartoe we ook Lula kunnen rekenen. De linkse vleugel was fel tegen de compromispolitiek en de gematigde houding van Lula, toen die eenmaal president werd. Toch koos de partij om te regeren onder het kapitalisme en met Rousseff aan boord nam de partij regeringsverantwoordelijkheid!

De verrechtsing van de PT begon eind jaren 90, toen Lula vond dat de socialistische eisen van de partij vervangen moesten worden door ”links pragmatisme”. Zo kwam het dat de Arbeiderspartij in 1998 niet meer ging praten over een socialistisch Brazilië. Lula hoopte hierdoor ook stemmen te winnen van de progressieve bourgeoisie. Toch zou de formele breuk met het marxistische socialisme pas komen toen Lula president werd en het kapitalisme verzekerd, dat hij niet aan hun bedrijven en rijkdom zou komen. Anders dan Hugo Chavez in Venezuela, sprak Lula niet over revolutie en socialisme!

Door de sociale politiek die heel wat mensen uit de armoede haalde, werd de president zeer populair. Het kapitalisme was niet blij met de enorme uitgaven op sociaal gebied, maar moest machteloos toekijken hoe Luka in 2006, meer dan 60% van de stemmers kreeg. Rechtse kranten brulde dat de president alleen won omdat de armen van het land allemaal op hem stemde. De arbeidersklasse en armoedeklasse werden door rechtse kranten volledig gedemoniseerd. Politiek rechts in Brazilië is genadeloos en niet vies om hele groepen te stigmatiseren. Ze kunnen dit doen omdat de kapitalisten in bezit zijn van de media en hun haat makkelijk verspreiden via kranten en televisie zenders. Politiek rechts is sterk bewapend, wat ertoe leidt dat het hun gelukt is om in 2016 een hetze te voeren tegen president Dilma Rousseff!

Die was sinds jaren 90 aan het werk in de energie sector. Ze was staatssecretaris van energie tussen 1998 en 2002. Toen Lula eenmaal aan de macht kwam, werd Dilma beloond door Minister van Energie te worden. Van een ex-marxist zou je verwachten dat ze ervoor zou zorgen dat de gemeenschap voor het kapitaal zou gaan. Maar Rousseff koos ervoor om marktwerking in te voeren. Ze moedige concurrentie aan en had veel betere banden met het bedrijfsleven dan je zou verwachten van een ”socialist”. Het was ook Dilma Rousseff die ging pleiten voor marktgerichte politiek binnen de PT. Daar waren heel wat kapitalisten dolblij mee, ze zagen dat deze vrouw bereid was om zich voor hun interesses in te zetten!

Dilma speelde naar buiten toe, de linkse populist. Iemand die beweerde zich voor het volk in te zetten. Ook had ze geen spijt van haar marxistische overtuigingen in het verleden, ze beweert trots te zijn dat ze een guerrilla strijdster was. Rousseff noemt haar overgang van marxisme in kapitalisme ”pragmatisme”, een term die bijna alle klassenverraders hanteren zodra ze de arbeidersklasse in de steek gelaten hebben. Ze kon bouwen op haar populisme en het beleid van Lula, dat toch als positief werd ontvangen door zowel het kapitaal als de arbeidersklasse. De waarschuwingen van revolutionair socialisten werden helaas niet aangehoord, Rousseff won de presidentiële verkiezingen in 2010. Ze vormde een coalitieregering met verschillende politieke partijen, waaronder de centristische PMDB, haar sociaal democratische PT en zelfs de communistische partij deed mee!

Socialistische oppositie tegen Dilma Rousseff, komt alleen van de Socialisme en Vrijheidspartij (PSOL). Deze anti-kapitalistische partij werd opgericht door PT leider Plínio de Arruda Sampaio, toen die uit de Arbeiderspartij stapte. Hij kon zich niet meer vinden in de kapitalistische koers die Lula en Rousseff voerde. De PSOL is de enigste Braziliaanse socialistische partij die zich niet laat spannen voor de koets van Rousseff en levert felle kritiek op haar beleid!

De presidentiële verkiezingen van 2014, werd een spannende race tussen Rousseff en Aécio Neves, kandidaat van de rechtse PSDB. Neves had de kapitalistische media achter zich en de gehele bourgeoisie. Hij gebruikte de enorme corruptie en het feit dat er weinig veranderd was onder zowel Lula als Rousseff. Daarnaast mobiliseerde hij de jeugd van rijke gezinnen tegen de aanhangers van de president. De PT en Rousseff gingen spelen op links populisme en de stem van de armen. Dat bleek moeilijker dan gedacht, want na vier jaar had Rousseff in feite alles bij het oude gelaten. Ze was een kapitalistische president gebleken die weinig had gedaan voor de armen. De president gebruikte afkeer voor politiek rechts als wapen en wist zo Aécio Neves te verslaan. Echter het verschil tussen haar en de rechtse kandidaat was slechts 3%. Hoe anders was dat in 2006 toen Lula met meer dan 10% verschil won!

Begin 2015 mobiliseerde politiek rechts haar aanhang tegen de president. Hun inzet was de enorme corruptie die ook binnen de Arbeiderspartij was ontstaan. Rechts wist enorm veel mensen op straat te krijgen om het aftreden van de president te eisen. Ze werden bijgestaan door de kapitalistische media, die voortdurend erop wees dat de PT een corrupte partij was. Nu is het inderdaad zo dat er veel politieke corruptie is in Brazilië. De Arbeiderspartij is door haar regeringsdeelname deel van het establishment geworden en dat voedt corruptie. Maar de rechtse partijen zijn net zo corrupt, misschien wel corrupter. Toch weet de kapitalistische media dit te omzeilen, door de aandacht alleen op Dilma Rousseff te richten en haar Arbeiderspartij!

Politiek rechts heeft heel slim, de enorme corruptie tegen politiek links gebruikt. Doordat de PT geweigerd heeft om ook maar iets fundamenteels te veranderen. Maar als politiek rechts nu hun handen in onschuld wast, dan spelen ze ook het hypocriete spel. Want ook de leden van de Braziliaanse Sociaal Democratie Partij staan bekend als corrupt. Toch lukte de strategie van rechts. De populariteit van Rousseff is enorm gezakt, dat is deels haar eigen schuld geweest. Net als Lula heeft ze nooit met het kapitalisme willen breken. Totaal foutief hebben de twee ex-marxisten geprobeerd om hervormingen af te dwingen binnen het kapitalistische systeem. Politiek rechts maakt ondertussen misbruik van de diepe frustratie en woede die heersen bij arbeiders en arme Brazilianen!

Een ander probleem is de slechte economie. Nadat de overheid onder Lula veel geld ging uitgeven voor sociale programma’s, zat Rousseff met enorme schulden. Het neoliberale IMF en de Wereldbank zeiden dat Rousseff met zware bezuinigingen moest komen om het land weer kapitaal krachtig te maken, met name om kapitalistische investeerders te lokken. Als ex-marxist had ze moeten weten dat je nooit sociale politiek kunt voeren in een land dat door rijke families en groot kapitalisten wordt gedomineerd. Maar de lessen van Karl Marx is Rousseff blijkbaar vergeten!

Wat de protesten ook doet versterken is het enorme corruptie schandaal bij de staatsoliemaatschappij. Meer dan 3 miljard dollars zou zijn verdeeld in steekpenningen. De top van de oliemaatschappij deelde die dan uit aan meer dan 16 verschillende ondernemingen. Zowel Lula als Rousseff zaten in de directie van het staatsbedrijf toen der tijd en moeten ervan op de hoogte te zijn geweest. Hun corruptie is des te hypocriet omdat ze beloofd hadden om er juist een einde aan te maken. Lula en Rousseff zijn niet alleen klassenverraders, ze zijn deel van het corrupte politieke systeem. Voor politiek rechts kwam dit laatste schandaal heel goed uit. Toen de centristische PMDB uit de regeringscoalitie stapte, kon rechts op voldoende steun rekenen om de president af te zetten. Rousseff’s aanhangers spreken van een staatsgreep, de rechtse oppositie spreekt van rechtvaardigheid!

Op 17 april 2016 stemde een flinke meerderheid in de Kamer van Vertegenwoordigers om Dilma Rousseff af te zetten. Nu moet alleen nog de senaat akkoord gaan. Meer dan 60% van de Brazilianen zijn blij met dit besluit, want ze zien in Dilma Rousseff een corrupte hypocriet. Het is alleen zeer spijtig dat politiek rechts hiervan de vluchten zal plukken. Nieuwe verkiezingen zullen de macht van de rechtse partijen versterken. Een president uit de hoek van PMDB en PSDB zal rampzalig zijn voor de arbeidersklasse van Brazilië. Zeker omdat deze partijen bereid zijn om het neoliberalisme weer volledig in te voeren!

Revolutionair socialisten roepen op om de PSOL te versterken. Ondanks wat foutieve opstellingen door deze socialistische partij in het verleden, kunnen ze uitgroeien tot een socialistisch alternatief op de verrechtste Arbeiderspartij en de rechtse oppositie. Daarvoor moet de PSOL zich duidelijk neerzetten als een partij die het socialisme wil realiseren. Geen compromissen met politieke partijen die het kapitalisme trouw zijn. Als de Socialisme en Vrijheidspartij zich kan profileren als strijdvaardige partij, dan winnen ze de steun die de PT ooit bezat!

De Vrijheid, Socialisme, Revolutie (LSR) tendentie binnen de PSOL vecht voor precies deze opstelling. LSR militanten zijn van mening dat het afzetten van Dilma Rousseff een aanval is van rechts, daarom zijn tegen diens afzetting. Het is heel foutief om te denken dat na nieuwe verkiezingen opeens alles minder corrupt wordt, als bijvoorbeeld de PSDB de president levert. Daarom pleit LSR ervoor om de PSOL te versterken en zo een nieuwe arbeiderspartij op te richten. Een partij voor de Braziliaanse arbeiders, die bereid is om het socialisme in te voeren en het kapitalisme te vernietigen!

 

Dilma Rousseff en haar mentor Lula. Beiden hebben ze de arbeidersklasse in de steek gelaten!

Dilma Rousseff en haar mentor Lula. Beiden hebben ze de arbeidersklasse in de steek gelaten!

Advertenties