Fidel Castro is dood

Fidel Castro, de man die het Amerikaanse imperialisme uitdaagde, is op 90 jarige leeftijd overleden. Hij was een leider met tegenstrijdigheden, een voorbeeld voor velen en een monster voor anderen. Revolutionair socialisten hebben zijn revolutie in 1959 gesteund, maar waren meteen heel kritisch toen hij geen socialistische democratie in het leven riep, maar een stalinistische eenpartijstaat. Cuba draait vanaf de jaren 90 langzaam richting een markt economie, zeker nadat Fidel’s jongere broer in 2008 het presidentschap overnam. Het kapitalisme begint steeds meer terrein te winnen en met Fidel’s dood kan dit versnellen!

Voor linkse idealisten was hij het voorbeeld. Een revolutionaire leider die dankzij charisma, miljoenen aanhangers wist te winnen. Eind jaren 50 leidde hij een guerrilla beweging tegen de rechtse dictatuur op Cuba. Nadat dictator Batist was gevlucht probeerde Castro toenadering te zoeken tot het westen. Hij beweerde glashard dat hij geen communist was en dat klopt. Fidel Castro was een nationalist met linkse opvattingen. Alleen Che Guevara en zijn jongere broer Raúl Castro waren openlijke communisten. Maar de Amerikanen waren achterdochtig en zagen al in links-nationalisme, een vorm van communisme. Dus keerde de VS zich tegen de revolutionaire regering. Een jaar later in 1961 verklaarde Castro dat zijn revolutie, ”socialistisch” van aard was en hij nationaliseerde alle Amerikaanse ondernemingen op Cuba!

Vanaf dat moment was het oorlog tussen Washington DC en Havana. Cuba was het enigste land in Latijn Amerika dat zich openlijk tegen het Amerikaanse imperialisme keerde. Hierdoor werd Castro een icoon voor veel arme Latijn Amerikanen, die zo erg te lijden hadden onder anticommunistische dictaturen gesteund door Washington DC. Toen Che Guevara werd vermoord in Bolivia, verloor Fidel Castro een belangrijke bondgenoot. Anders dan veel volksrepublieken probeerde de Cubaanse leider een populistisch imago op te bouwen. Er was in de jaren 60 nog geen spraken van een staatspartij. De Communistische Partij van Cuba bestond tot 1965 niet eens en zou pas vanaf de jaren 70 een leidende rol spelen. Castro vertrouwde op zijn oude strijdmakkers en had weinig met partijbonzen!

De Amerikanen hebben vanaf 1961 tot ongeveer 1991 geprobeerd om Fidel Castro te doden. Zo bedacht de criminele CIA verschillende moordpogingen. Allemaal zijn ze mislukt, aangezien Fidel Castro zich goed liet beveiligen. Veel communistische partijen zagen in de moordpogingen van de CIA het bewijs dat Amerika via geweld en terreur, de Cubaanse revolutie probeerde te vernietigen. Dit is zeker waar aangezien Washington DC erg bang was voor de populariteit van Fidel Castro. Waar revolutionair socialisten met zijn aanhangers verschillen is op het punt van kritiekloze steun. Wij steunen de planeconomie en het openbaar bezit van grote bedrijven en productie middelen. Maar wij verwerpen de eenpartijstaat en de dictatoriale bureaucratie!

Stalinisten zijn blind voor kritiek, ze willen geen kritiek horen en beweren dat iedereen die dat doet een ”contrarevolutionair” is. Onder dit motto heeft Fidel Castro al in de jaren 60, critici vanuit de socialistische hoek monddood gemaakt. Kritiek op de persoon Castro was het grootste taboe. Toch was de revolutie een positieve ontwikkeling en Fidel was enorm populair. Hij had de steun van de massa’s die hem trouw waren. Daarom was het onnodig om via dictatoriale midden aan de macht te blijven. Want een overgrote meerderheid was voor het socialisme en bereid om ervoor de vechten. Een oorzaak voor Castro’s totalitarisme was zijn onvermogen om het revolutionair socialisme te begrijpen. Arbeidersraden hebben nooit de macht gekregen over de economie. Staatsmanagers vervingen kapitalistische directeurs in bedrijven. De staat werd de baas, maar de arbeider had geen inspraak!

Tot 1991 ging het redelijk met het eiland. Dankzij Sovjet steun wist Castro grote verbeteringen te brengen in onderwijs en menselijke ontwikkeling. Maar door de dictatoriale politiek voelden velen zich niet prettig. Meer dan 1.000.000 Cubanen hebben het eiland sinds 1959 verlaten. Pas in 1975 werd het eerste congres van de Communistische Partij van Cuba gehouden. Castro liet zichzelf uitroepen tot president en maakte de partij tot leidend orgaan van de revolutie. Hiermee was Cuba niet echt anders dan bijvoorbeeld de volksrepublieken in Oost Europa!

Na de val van het stalinisme ging het economisch slecht. Rusland kon geen goedkope grondstoffen meer leveren en andere leveranciers eiste markt prijzen. Cuba raakte in een crisis en het was 1994 toen Fidel Castro compromissen ging maken met het kapitalisme. Hij introduceerde een tweede munteenheid genaamd de Convertibele Peso. Via deze munt wou Cuba aan sterke buitenlandse valuta komen, met name dollars. Cubaanse arbeiders krijgen betaald in de normale Peso, maar wie toegang heeft tot de Convertibele Peso heeft meer geld in huis. De waarde van de Convertibele Peso is gekoppeld aan de dollar en dus is veel meer waard dan de normale Peso. Door de introductie van deze tweede munteenheid ontstond een tweedsplitsing in de samenleving. Cubanen die toegang hebben tot de Convertibele Peso (bijvoorbeeld door met toeristen te werken) kunnen zich een hogere levensstandaard permitteren. Revolutionair socialisten bekritiseren dan ook het bestaan van deze Convertibele Peso!

Controle over de bevolking wordt uitgevoerd door de Comités ter Bescherming van de Revolutie. Overal in het land zijn deze comités te vinden. Ze dienen als steunpilaar voor het regime en houden streng in de gaten of Cubanen zich wel ”revolutionair” gedragen. Wie ook maar iets doet was als ”contrarevolutionair” wordt opgevat, kan opgepakt worden. Nu het kapitalisme steeds sterker wordt, verzakt de staatspropaganda. Jongeren van nu voelen zich al helemaal niet meer verbonden met iconen zoals Che Guevara en Fidel Castro. Wat de communistische partij ook brult, de jeugd keert zich af van de oude garde!

Mensenrechtenorganisaties hebben altijd felle kritiek gegeven op het beleid van Fidel Castro. Maar die heeft alle kritiek weggewuifd onder het motto dat zijn revolutie het recht heeft om zichzelf te beschermen. Revolutionair socialisten zijn het slechts deels met hem eens. Het is zeker waar dat wanneer een imperialistische staat probeert om het socialisme met geweld te vernietigen, een revolutionaire overheid het recht heeft om zichzelf te beschermen. Maar Cuba was nooit in een open oorlog met Amerika. Ondanks de mislukte invasie van de Varkensbaai, heeft Amerika nooit een directe invasie geprobeerd. Daarom is het oppakken van andersdenkenden fout. Dat heeft Fidel Castro nooit begrepen. Hij dacht vermoedelijk heel zwart-wit, zag in iedereen die hem bekritiseerde een potentiële ”contrarevolutionair”. Dit paranoïde zwart-wit denken is helaas heel typisch bij stalinisten!

Internationaal steunde Cuba verschillende landen die vochten tegen de macht van het westerse imperialisme. Vooral in Afrika vochten Cubaanse soldaten aan de kant van Angola tegen de racistische blanke Zuid Afrikanen. Ook stuurde Fidel Castro veel Cubaanse artsen naar Afrika en Latijn Amerika om daar gratis gezondheidszorg te leveren. Dit leverde hem veel steun op. Zeker omdat veel linkse mensen dit zagen als bewijst voor zijn goedheid. Revolutionair socialisten begrijpen dat Fidel Castro geen dictator was zoals Stalin of Mao. Hij was meer een dictator zoals Josip Tito van Joegoslavië en Ho Chi Minh van Noord Vietnam. Deze leiders waren er niet op uit om zichzelf te verrijken. Tito, Ho en Castro leidde geen elitair leven in tegenstelling tot dictators zoals Kim Il Sung en Nicolae Ceaușescu, die juist bekend stonden om hun luxe levensstijl!

Toch is het politieke systeem op Cuba gebaseerd op het stalinisme. Oppositie partijen zijn niet illegaal, maar mogen geen propaganda maken. Politieke bijeenkomsten zijn ook verboden, alleen de communistische partij mag bepalen wie meedoet met verkiezingen. Dat dit systeem politieke corruptie in de hand werkt is duidelijk. Cuba is een arm land, dat is deels ontstaan door het Amerikaanse handelsembargo maar ook door het inefficiënte economische systeem. Een modaal inkomen is slechts 27 dollar per maand. Daar moet een Cubaan bijna 50 uur per week voor werken. Daarnaast is er spraken van groeide inkomensongelijkheid. Doordat het eiland veel beroepen heeft geprivatiseerd, groeit langzaam een klasse van rijkere Cubanen. Dan is er ook nog de groep die in de toeristensector werkt en hierdoor al meer verdient, dan iemand die voor staatsbedrijven werkt!

Toerisme brengt meer geld binnen en de Cubanen snappen dat. Hierdoor groeit helaas ook de prostitutie. Officieel beweert de overheid dat ”revolutionaire vrouwen” zich verheven hebben en zich niet meer verkopen. Seks voor geld is daarom ook verboden. Maar door de lage lonen en armoedige omstandigheden van veel gezinnen, verkopen veel meisjes en jonge vrouwen hun lichaam aan rijke westerse sekstoeristen. Ze kunnen per klant meer geld verdienen dan een half jaar werken voor de overheid. Prostitutie is een probleem, maar de overheid van Raúl Castro ontkent glashard dat het bestaat. Logisch ook, want de staatspropaganda verspreidt nog steeds de illusie dat het ”socialisme” op Cuba voor gelijkheid heeft gezorgd. Dat alleen in kapitalistische landen de vrouw zich moet verkopen. De feiten tonen echter aan dat het sekstoerisme enorm toeneemt op Cuba!

Sinds 2008 liet Fidel Castro zich steeds minder in het openbaar zien. De oude leider werd steeds minder mobiel en dat was duidelijk te zien. Toch verbaasde het vele dat hij het zolang heeft uitgehouden. Hij heeft veel Amerikaanse presidenten overleeft die hem het liefste hadden zien sterven. De leider van de Cubaanse revolutie is 90 jaar oud geworden en sterft op een moment, waarop steeds duidelijker wordt dat het kapitalisme gaat winnen van het stalinisme. Want Amerikaanse kapitalisten hebben al toestemming van de overheid gekregen om een fabriek te bouwen en te bezitten op Cuba. Dit is een belangrijke ontwikkeling omdat Fidel Castro in 1961 juist alle kapitalisten had onteigend!

De stalinisten van de wereld beweren nog steeds dat het goed gaat met de Cubaanse revolutie. Zij blijven blind voor de groeide ongelijkheid en het oprukkende kapitalisme in deze laatste bastion van het ”marxisme-leninisme”. Revolutionair Socialistische Media maakt zich geen illusies. Met de dood van Fidel Castro zal de overheid misschien wel nog sneller beginnen aan kapitalistische hervormingen. Raúl Castro is het laatste obstakel voor partijbonzen die het staatskapitalisme willen. De jongere broer van Fidel is ook oud en zal vermoedelijk sterven tussen nu en 2030. Het is wel zeker dat een nieuwe generatie leiders van de Communistische Partij van Cuba, meer heil zien in het staatskapitalisme dan in het oude dogmatische ”marxisme-leninisme” (stalinisme)

Revolutionair socialisten snappen dat met de dood van Fidel Castro een nieuw hoofdstuk begint voor Cuba. De klassenstrijd zal opgevoerd worden namatte de overheid meer kapitalistische besluiten neemt. Het is belangrijk dat een partij wordt opgebouwd voor arbeiders en jongeren. Een revolutionaire partij op een democratisch socialistisch programma, dat tegen de dictatoriale communistische partij ingaat en hun staatskapitalistische koers. Stakingen en protesten zijn nodig om het regime omver te werpen. Arbeiders moeten laten zien dat ze het niet pikken, dat in naam van het socialisme juist meer kapitalisme en meer ongelijkheid ontstaat!

 

Fidel Castro werd 90 jaar en overleefde zijn tegenstanders uit de Koude Oorlog!

Fidel Castro werd 90 jaar en overleefde zijn tegenstanders uit de Koude Oorlog!

Advertenties