Tunesië: 6 jaar later

6 jaar is het geleden dat een arme straatverkoper zichzelf in brand stak. Deze daad ontketende een massieve volkswoede van arbeiders, jongeren en ouderen tegen het neoliberale regime van dictator Zine El Abidine Ben Ali. De Tunesische opstand leidde tot het omverwerpen van deze Ben Ali, maar de neoliberale elite bleef bestaan. Hierdoor zijn de idealen van de opstand nog niet uitgevoerd. De arbeidersklasse van het land mist daarnaast een eigen politieke partij, waardoor reactionaire krachten de revolutionaire geest wisten te kapen. Tunesië was het begin van de Arabische opstanden die veel dictators ten val brachten. Helaas is door sektarisme en oorlogsgeweld nog geen einde gekomen aan de onderdrukking en armoede waar veel arbeiders zich in bevinden!

Op 7 november 1987 kwam Zine El Abidine Ben Ali aan de macht in Tunesië. Hij deed dit via een staatsgreep en verving Habib Bourguiba, die al bijna 30 jaar heerste als president/dictator. Bourguiba leidde de Socialistische Destouriaanse Partij. Een partij die zich baseerde op het Tunesische nationalisme (en dus niet op het Arabische nationalisme). Economisch gezien voerde Habib Bourguiba een klassiek sociaal democratisch beleid met veel overheidscontrole over de economie. Ben Ali was in oktober 1987 aangesteld als minister president onder Bourguiba. Een maand na zijn aanstelling verklaarde artsen dat de president ”ziek” was en zijn taken niet meer kon vervullen. Ben Ali’s staatsgreep werd hierdoor ook wel de ”medische staatsgreep” genoemd, omdat hij via artsen een einde maakte aan het 30 jarige bewind van Habib Bourguiba!

Ben Ali voerde een schijndemocratie in. Oppositie partijen kregen iets meer vrijheid, maar de meeste macht bleef bij de Socialistische Destouriaanse Partij. Die werd hernoemd in de RCD, de Rassemblement Constitutionnel Démocratique in het Frans. De RCD voerde vanaf eind jaren 80 het neoliberalisme in. Arbeiders werden pionnen voor buitenlandse en binnenlandse ”ondernemers”. De markt werd God, concurrentie werd Koning. Het kapitalistische westen prees de dictator en zijn elite voor het rechtse beleid dat men voerde. Tunesië probeerde vooral een vriend van iedereen te zijn. Hierdoor had Ben Ali nauwelijks echte vijanden en dat versterkte zijn regime. De Arabische dictaturen volgde min of meer hetzelfde economische beleid. Dit zou later ertoe leiden dat de Tunesische opstand overwaaide naar Egypte, Libië en Syrië!

17 december 2010. De 27 jarige Mohamed Bouazizi steekt zichzelf in brand. Dit doet hij uit wanhoop en protest tegen de neoliberale regering. Ben Ali is dan al 23 jaar aan de macht. De dictator en zijn elitaire vrouw stonden aan de top van een kapitalistisch bewind, dat zich maskeerde als een sociaal democratische regering. De vrouw van de dictator werd gehaat in het land. Leïla Ben Ali was een corrupt wijf, die zich enorm verrijkte met staatsgeld. Terwijl miljoenen arbeidersvrouwen in armoede zaten, ging Leïl winkelen in dure Franse winkels. Ze bezat een enorme verzameling aan dure merkkleding en had een westerse kledingstijl. De buitenwereld zag haar als een voorbeeld van de ”moderne” Arabische vrouw. Ze sprak over vrouwenrechten en mensenrechten, het westen prees haar enorm. Dit terwijl ze in eigen land het symbool was van een corrupt regime!

Want de werkende klasse had het zwaar. Een hele generatie groeide op in wanhoop omdat de overheid niet aan armoedebestrijding deed. Daarnaast was het onmogelijk om terug te vechten. Vakbonden waren nutteloos omdat de staat en politie in dienst van het bedrijfsleven staan. Wie via de politiek iets wou bereiken kreeg te maken met intimidaties en staatsgeweld. Want alleen enkele politieke partijen mochten naast de RCD bestaan in de Republiek Tunesië van Ben Ali. Veel jongeren hadden geen werk, dus was het beroep van straatverkoper één van de weinige opties. Mohamed Bouazizi had het zeker niet makkelijk gehad in zijn korte leven. Zijn vader overleed aan een hart aanval en hij leefde in een arm deel van het land. De werkeloosheid was groot en net als velen had Bouazizi te lijden onder massieve corruptie!

Die corruptie is vooral sterk onder politie agenten. Machtsmisbruik was normaal en agenten maken (nog steeds) dankbaar misbruik van hun positie. Het beroven en intimideren van straatverkopers hoorde daarbij. Ze wisten heel goed dat toeristen niet van verkopers houden en dus namen agenten soms het hele bezit van straatverkopers in beslag, in de hoop ze te verjagen. Wie genoeg geld had kon echter politieagenten omkopen. Mohamed Bouazizi had echter het pech dat hij op die dag niet genoeg geld had om een vrouwelijke agent om te kopen. Die besloot daarom om zijn handelswaar in beslag te nemen. Politieagent: Faida Hamdi, spuugde Bouazizi in het gezicht en beledigde zijn familie en overleden vader. Dat deze agent een vrouw was maakte de vernedering nog erger. Want in het chauvinistische Tunesië was Bouazizi nu een ”zwakkeling” geworden, omdat hij zich door een vrouw had laten vernederen!

Bespuugd en vernederend door een 45 jarige vrouw was gewoon te veel, voor de 27 jarige straatverkoper. Hij ging direct naar het overheidsgebouw van de lokale regering om zijn handelswaar terug te eisen. Natuurlijk weigerde men om naar deze jonge man te luisteren. In de ogen van de staatsbureaucratie was Mohamed Bouazizi, een ”irritante” verkoper die alleen maar toeristen tot last was. Woedend over de manier waarop men hem liet barsten dreigde hij zichzelf in brand te steken. Weer luisterde niemand naar hem. Zo kwam het dat op 17 december 2010, Mohamed Bouazizi een emmer benzine over zich heen gooide en aanstak. 90% van zijn lichaam raakte verbrand en ondanks pogingen van de artsen stierf hij op 4 januari 2011!

Vooral het armste deel van het land sympathiseerde met de jonge straatverkoper. Zijn wanhoopsdaad groeide uit tot symbool van de enorme ongelijkheid die het neoliberale systeem had voorgebracht in Tunesië. De politie reageerde met grof geweld tegen de eerste demonstraties, dat maakte de menigte nog woedender. Rond nieuwjaar was duidelijk dat het land in opschudding was. Ben Ali besloot om Mohamed Bouazizi te bezoeken in het ziekenhuis waar hij in coma lag. Toch zou dat de dictator niet redden. De neoliberale elite zag het gevaar van een volksrevolutie in en besloot om snel te handelen. Op 14 januari 2011 moest de dictator met zijn vrouw het land direct verlaten. Net als de familie van Saddam Hussein, nam de familie Ben Ali een enorme hoeveelheid aan goud met zich mee!

Op straat werden de portretten van de gehate dictator neergehaald. Ben Ali had in 23 jaar een enorme persoonlijkheidscultus opgebouwd. Nu richtte de volkswoede zich op deze portretten en symbolen. De RCD van de dictator werd direct ontbonden, dit moet vooral gezien worden als een daad van de staatsbureaucratie om zichzelf te distantiëren van deze corrupte staatspartij. Want de meeste overheidsambtenaren waren lid van de RCD. De partij had meer dan 2,5 miljoen leden in 2010. Toen Ben Ali probeerde met geweld een einde te maken aan de protesten, zag de ”Socialistische” Internationale opeens het licht. 21 jaar was de RCD een vriend van de PvdA, SPD, PS, PSOE en andere sociaal democraten geweest. Neoliberaal wanbeleid was in orde. Het onderdrukken van andersdenkenden ook. Maar openbaar geweld tegen demonstranten konden de hypocriete (a)sociaal democraten natuurlijk niet steunen. Dus werd de Rassemblement Constitutionnel Démocratique geroyeerd samen met de Nationaal Democratische Partij van de Egyptische dictator: Mubarak, ook lid van deze club klassenverraders!

Velen dachten dat met het vertrek van Ben Ali een einde zou komen aan de ongelijkheid, armoede en onderdrukking. Tunesië is democratischer geworden, dat is een feit. Maar armoede en ongelijkheid blijven heersen. Dit komt vooral omdat de massa’s geen eigen politieke partij hebben. Vele lieten zich misleiden door het populisme van de islamistische partij: Ennahda. Religieuze politieke partijen waren verboden in het streng seculiere Tunesië van Ben Ali. Veel islamieten hadden zwaar geleden onder het dictatoriale regime van de RCD. Zo was er een verbod op de hoofddoek en mocht religie slechts in de privé sfeer bestaan. Door de dictatuur gingen veel arbeiders het secularisme gelijk schakelen met onderdrukking van hun religieuze identiteit. Hierdoor kon deze islamistische partij rekenen op een flinke aanhang bij de eerste verkiezingen!

Ennahda won de eerste vrije verkiezingen, ze kreeg 37% van de stemmen. De seculiere partijen waren veel zwakker en verdeeld over verschillende liberale en sociaal democratische groepen. De heersende neoliberale elite was blij met de gematigde islamieten, die trouw zworen aan de bestaande economische machtsstructuren. In feite kwam het erop neer dat het kapitalistische systeem niet uitgedaagd werd. Doordat Ennahda ”regeringsverantwoordelijkheid” droeg voor kapitalistisch beleid, verloren de islamieten veel steun op straat. Drie jaar later won een seculiere alliantie de verkiezingen. Toch kwam Ennahda weer in een eenheidsregering.

Arbeiders werden er echter niet beter op. Stakingen en demonstraties groeien elk jaar. Het grote probleem is echter dat er geen partij van de arbeiders bestaat. Er is wel een samenraapsel van linkse partijen die zich het Populaire Front noemen. Probleem is dat dit front geen socialistisch programma presenteert en daarnaast ook politieke fouten heeft gemaakt. Zo ging het front aan de kant staan van voormalige RCD politici die zich tegen de Ennahda regering uitspraken. Dat het Populaire Front met ex-RCD tuig optrekt is door en door fout. Ook de vakbonden roepen arbeiders op om aan de kant van seculiere kapitalistische partijen te staan. Neoliberale partijen en organisaties die juist voor ongelijkheid en de markt dictatuur staan, worden door vakbonden en de leiding van het Populaire Front gedoogd!

Revolutionair socialisten pleiten voor een arbeiderspartij op een socialistisch programma in Tunesië. Op dit moment weet het Populaire Front ongeveer 10% van de kiezers achter zich te krijgen. Dit zijn helaas enkel en alleen de kiezers die komen stemmen, want een enorm groot deel van het electoraat ziet geen heil in verkiezingen. Zo laag in het vertrouwen in de Tunesische politiek. Zeker 50% van alle stemmers komt niet opdagen om zijn/haar stem te laten gelden. 6 jaar na de omverwerping van Ben Ali heerst nog steeds een gevoel van machteloosheid onder grote delen van de arbeidersklasse. De politieke en economische elite willen dat graag zo houden. Zij willen juist dat de arbeiders arm blijven, want de top wil geen verandering!

Daarom zal elke regering in dienst van het kapitalisme staan. Omdat zowel liberalen, sociaal democraten en islamieten de kant van de kapitalisten kiezen. Ennahda heeft dat bewezen. Ook de seculiere Nidaa Tounes bewijst haar trouwheid aan de markt economie. Dat is ook logisch want de oprichter van Nidaa Tounes is een ex-RCD lid. Beji Caid Essebsi was een vertrouweling van Ben Ali en lid van de Rassemblement Constitutionnel Démocratique tot 2011. Essebsi richtte na de ondergang van Ben Ali, de politieke partij Nidaa Tounes op. Hij wordt (net als zijn vorige baas: Ben Ali) geprezen door het neoliberale westen, omdat hij voor rust en stabiliteit zorgt. Dat is wat Europa graag wil zien, een rustig kapitalistisch Tunesië. Een probleem voor Essebsi is echter dat de arbeidersklasse zich niet meer laat monddood maken. Protesten en stakingen blijven doorgaan, omdat arbeiders nog steeds boos zijn!

Revolutionair Socialistische Media roept het Populaire Front op om geen steun te verlenen aan deze zogenaamde eenheidsregering. Geen steun aan kapitalistische kabinetten. Nidaa Tounes en Ennahda mogen dan wel de grootste politieke partijen zijn, maar hun loyaliteit ligt niet bij het werkende volk. Zes jaar na de dood van Mohamed Bouazizi is wel duidelijk geworden aan welke kant deze partijen staan. Het Populaire Front moet een socialistisch programma aannemen en de arbeidersklasse hiervoor winnen. Dan kan een Tunesië worden opgebouwd dat niet in dienst van het kapitalisme staat. Maar zolang arbeiders blijven hopen op neoliberale politici zal er niets veranderen. Werkeloosheid en corruptie zijn nog dagelijks aan de orde. Toch is klassenstrijd de enigste oplossing. Want massa protesten en stakingen laten zien dat er veel potentiaal is voor een arbeiderspartij, zes jaar na de val van dictator Zine El Abidine Ben Ali

 

e240f70729ea4fe6b461a928d666b129_6

Ben Ali (links) bij de stervende Bouazizi in het ziekenhuis. De dictator wist niet dat deze wanhoopsdaad het einde van zijn regime zou betekenen!

Advertenties