De jaren 70 voor links

Sommige linkse personen snakken terug naar de jaren 70. De illusie bestaat dat in deze periode veel Nederlanders meer linkser dan waren dan tegenwoordig. Onder jongeren was inderdaad een antikapitalistische tendentie te voelen. Dat leidde ook ertoe dat vele het socialisme wouden realiseren. Helaas smolt het linkse idealisme van veel studenten als boter voor de zon, toen ze na hun studie carrière gingen maken. In de jaren 80 was het dan ook gedaan met de experimenten uit de jaren 70. De kapitalistische mentaliteit kreeg weer grip op de samenleving en na 1986 ook op de Partij van de Arbeid. Met het wegvallen van de Sovjet-Unie en de communistische partijen, zag het anticommunisme zich als ultieme winnaar!

Toegegeven er waren meer demonstraties. Protesten tegen oorlog, ongelijkheid en gelijke rechten voor vrouwen. Ook was er meer oppositie tegen het Amerikaanse imperialisme, met name tegen de Vietnam oorlog. Politiek durfde revolutionair te zijn en antikapitalistisch. Men zag duidelijke verschillen tussen links en rechts. Een VVD’er moest niets hebben met feministische acties of lange haren voor jongens. Rechtse personen hadden de grootste minachting voor iedereen die links was. In hun ogen was de PvdA een ”communistisch nest” en elke CPN’er zou een massamoord op kapitalisten toejuichen, aldus het rechtse brein van toen!

Linkse personen waren verdeeld. PvdA’ers waren bijna allemaal wel voor het socialisme, maar de meesten waren gematigde socialisten. Dat houdt in dat ze het socialisme via hervormingen wouden bereiken, langzaam dus. De meer revolutionair ingestelden kon je vinden bij de Pacifistisch Socialistische Partij. Wie zich openlijk communist noemde kwam binnen het spectrum van het stalinisme, maoïsme en trotskisme. Van deze drie ideologieën was het maoïsme het meest radicaal en dus populair onder jongeren. Een verenigde maoïstische partij heeft Nederland niet gekend. De Binnenlandse Veiligheidsdienst heeft er wel eentje opgezet als concurrent voor de CPN. De Marxistisch-Leninistische Partij van Nederland werd gerund door agenten van de BVD en kreeg zelfs contacten met de Volksrepubliek China!

De periode van experimenten begon in feite vanaf 1968. Politiek links nam aan kracht toe en de anticommunisten kregen te maken met een nieuw offensief aan linkse idealen, die aan populariteit wonnen. Nieuw links binnen de PvdA is een voorbeeld daarvan. De tien “kenmerkende programmapunten” van Nieuw Links zoals verwoord in Tien over Rood waren:

  1. De PvdA neemt niet deel aan een regering, tenzij vaststaat dat de ontwikkelingshulp in 1970 twee procent van het nationale inkomen bedraagt.
    Iedere gekozen volksvertegenwoordiger dient de plicht te worden opgelegd tot openbare verantwoording, die kan worden afgedwongen.
    Het parlement dient in staat te worden gesteld ongelimiteerd openbare hoorzittingen te houden van elkeen die naar oordeel van het parlement nuttige informatie kan verstrekken.
  2. Elk verkiezingsprogramma van de PvdA dient een minimum te bevatten, zonder de uitvoering waarvan de Partij van de Arbeid niet aan coalitiekabinetten zal deelnemen.
  3. Onvoorwaardelijke erkenning van de DDR en van de Vietcong is noodzakelijk. De PvdA dient het initiatief te nemen tot een Europese veiligheidsconferentie met de landen van het Warschaupact.
  4. Nederland behoort uit de NAVO te treden, wanneer Spanje lid van de NAVO wordt of wanneer Portugal bij de herziening van het verdrag als lid wordt gehandhaafd.
  5. Het is wenselijk dat Nederland een republiek wordt zodra de regering van koningin Juliana eindigt.
  6. De belasting op erfenissen en schenkingen moet progressief oplopen en boven de honderdduizend gulden negenennegentig procent bedragen.
  7. De PvdA dient een inkomenspolitiek te ontwerpen, door middel waarvan het verschil tussen de hoge en lage inkomens wezenlijk kleiner wordt.
  8. De werknemers in de bedrijven moeten directe invloed krijgen op het bestuur van hun ondernemingen.

Natuurlijk is de lijn van Nieuw Links nooit volledig aangenomen door de gematigde PvdA leiding. Rechtse sociaal democraten zoals Willem Drees verlieten zelfs de partij omdat die te ”radicaal” werd in hun ogen. Het kabinet Den Uyl dat tussen 1973 en 1977 bestond wordt het meest links genoemd. Maar ook dit is te bestrijden. Want Joop Den Uyl was een trouwe verdediger van het kapitalisme. Hij is nooit een marxist geweest laat staan een revolutionair socialist. Nee, de Partij van de Arbeid was geen revolutionaire partij. Niet in 1945, niet in de jaren 70 en zeker niet in 2017. Erger, de PvdA is van een gematigde socialistische partij (1945-1986) naar een centrum partij (vanaf 1986) gegaan. Het is misschien wel goed dat Joop Den Uyl dit niet meer heeft meegemaakt. Hij stierf in dat jaar waarin vakbondsleider Wim Kok het roer overnam. Het is goed mogelijk dat Den Uyl nooit geweten heeft hoezeer Kok onder de invloed van rechtse ideeën stond. Vooral na 1995 nam de partij voorgoed afscheid van het socialisme!

Door de afkeer van het kapitalisme en het imperialisme, radicaliseerde de jongeren generatie na 1968. Wie tussen de 10 en 20 jaar was in de jaren 70, kwam zeker in aanmerking met wat revolutionair socialisten kunnen omschrijven als dogmatisme en sektarisme. Hoewel de maoïstische sektes vaak genoemd worden waren ook trotskistische groepen niet minder sektarisch. Probleem bij de trotskisten was hun voortdurende politieke onenigheid. Bij stalinistische partijen werd je meteen geroyeerd en buitengesloten van de groep. Kritiek op koers wordt nooit getolereerd bij stalinisten. De trotskisten waren dan wel niet totalitair, maar hadden vaak te maken met onenigheden en voortdurende ideologische ruzies over politieke zaken, zoals de aard van de Sovjet-Unie en diens bondgenoten. Dit is vooral in het Verenigd Koninkrijk het geval geweest, dit land heeft meer dan zes trotskistische groepen en partijen. In Nederland veel minder omdat bij ons de aanhangers van de Vierde Internationale beperkt waren tot de Internationale Kommunisten Bond (IKB).

Deze IKB bleef een kleine politieke partij. Toch waren de trotskisten bijzonder actief bij het steunen van de nationale bevrijdingslegers in Afrika en Azië. Waar de PvdA haar handen niet vuil aan wou maken, deed de IKB aan veel protest acties tegen bijvoorbeeld de NAVO. In 1976 organiseerde de trotskisten een solidariteitsbijeenkomst voor het verzet van het Afrikaans Nationaal Congres in Zuid Afrika. De IKB steunde Nelson Mandela en het ANC, toen der tijd nog een socialistische groepering. Anti-militarisme was ook een belangrijk onderdeel. In 1983 veranderde de IBK van naam en werd de Socialistiese Arbeiders Partij (SAP). Een kleine 19 jaar later maakte men een einde aan de politieke partij en ging de SAP verder als een politieke actiegroep genaamd: Socialistische Alternatieve Politiek. Helaas is de huidige SAP zeer marginaal, sommigen werken binnen de SP maar hun invloed is nauwelijks merkbaar!

Anders was dat bij de maoïsten. Hun aanhang groeide enorm na 1968. Een bekende maoïstische partij na 1972 was de Socialistiese Partij. Opgericht door de Rotterdammer: Daan Monjé was de SP ontstaan uit de Kommunistische Partij Nederland – Marxistisch-Leninistisch opgericht in 1971. Monjé besloot een jaar later om de naam van zijn partij te veranderen van KPN-ML naar SP, omdat dit makkelijk zou overkomen op de werkende klasse. Terwijl Mao Zedong in China een boerenrevolutie predikte, waren zijn aanhangers in Europa juist gericht op de proletarische revolutie. Monje’s SP zag zich dan ook als de voorhoede van de arbeidersklasse!

De SP leiding regelde bijna alles. Leden hadden nauwelijks tot niets in te brengen. De partij bepaalde zelfs je privé leven en in sommige maoïstische sektes ook met wie je seks mocht hebben. Parther trouw was een burgerlijk iets en werd dan ook verworpen. Iedereen moest maar met iedereen kunnen neuken was bij sommige maoïsten een echte dogma. Als dit niet lukte dan volgde langdurige (dwang) sessies over waarom Jantje niet opgewonden werd van Marieke. Want wie niet aan vrije seks wou doen leed vermoedelijk aan ”burgerlijk-liberale opvattingen”, het grootste taboe binnen het dogmatische maoïsme. Politiek sektarisme was ook standaard. Maoïsten zagen elke criticus aan als een anticommunist, ook critici vanuit de linkse hoek werden uitgescholden als ”klassenverraders”!

Erger is dat veel jongens en meisjes zich volledig overgaven aan de totalitaire cultuur binnen maoïstische sektes. Een oorzaak kan gevonden worden in het feit dat ze zich wouden afzetten van de cultuur van hun ouders. Ze wouden alles los laten wat als ”acceptabel” werd gezien door de heersende klasse in de jaren 70. Er heerste een algemeen ideaal dat het kapitalisme overwonnen moest worden. Dit is inderdaad een positief element die we graag in 2017 terug zouden zien. Probleem is dat toen er genoeg personen waren die dit openlijk durven te zeggen. Als je nu fel antikapitalistisch bent wordt je door bijna alle kranten neergezet als een ”idioot”. De kapitalistische media heeft bijgedragen aan de verrechtsing en zeker na 1991, toen elke grote krant beweerde dat het socialisme voorgoed verslagen was!

Eigenlijk begon in de jaren 70 een extreme vorm van individualisme. Alles moest draaien om de ontplooiing van het individu. Dit staat natuurlijk haaks op het collectivisme van links, waardoor in de jaren 80 veel voormalige linkse studenten besloten om hun antikapitalistische opvattingen opzij te zetten. Toen duidelijk werd dat de idealen van de jaren 70 niet gerealiseerd waren sloeg bij vele de desillusie toe. Men had gehoopt op een alternatieve maatschappij, vele wouden het allemaal anders doen. Maar omdat de politiek gewoon in dienst van het kapitalisme bleef, veranderde in feite niets fundamenteels. Een ”jeugdzonde” is hoe ex-maoïsten hun periode omschrijven. Voormalige aanhangers van Daan Monjé weten dit maar al te goed. Ondanks dat je het gevoel had deel van iets groots te zijn, leefde de jeugdige maoïsten geïsoleerd en bijna afgesloten van iedereen die niet-maoïstisch was!

Jan Marijnissen is een man die ook geloofde in het socialisme. Ook hij sloot zich aan bij de SP van Daan Monjé, maar keerde zich af van het marxisme-leninisme in de jaren 80. Met de dood van Monjé kon hij het roer van de partij overnemen. Onder Marijnissen werd de naam van de Socialistiese Partij in 1993 veranderd in Socialistische Partij. Daarmee kun je zeggen dat de breuk volledig was tussen de SP van Monjé en de SP van Marijnissen. Die laatste werd steeds gematigder en uiteindelijk zelfs een sociaal democraat. In 1999 werd niet eens meer gesproken over een socialistische revolutie in het SP partijprogramma. Binnen de huidige ”Socialistische” Partij is het socialisme een woord uit het verleden. Sociaal democratisch is de partij geworden en dat zien revolutionair socialisten niet positief in!

Dat revolutionair links implodeerde na 1991 ligt niet alleen aan de leugens en onwaarheden die rechts verspreiden. Veel linkse personen die in de jaren 70 voor de socialistische revolutie hadden gepoogd lieten hun idealen gewoon vallen. Desillusie en capitulatie aan de klassenvijand is de oorzaak. We zien dit in de vorm van personen zoals Wim Kok en Ina Brouwer. Deze dame was de eerste en enigste vrouwelijk leider van de Communistische Partij van Nederland. Ze bleek echter geen revolutionaire marxist en wou de partij juist sociaal democratiseren. Brouwer koos voor de CPN op 23 jarige leeftijd in 1973. De partij kreeg toen der tijd meer aanhang onder studenten. Ook de jonge Pim Fortuyn wou lid worden. Hij werd echter geweigerd omdat hij bevriend was met een criticus van de stalinisten!

Heeft Ina Brouwer ooit in het revolutionair socialisme gelooft? Wel had ze als doel om de CPN grondig te hervormen in 1982. Vermoedelijk is ze verrechts in de jaren 80. Wat begon als poging om de partij te ontdoen van het stalinisme, eindigde in de opheffing van de CPN en diens toetreding tot GroenLinks, een partij die nooit voor het socialisme zou strijden. Brouwer zorgde ervoor dat het marxisme-leninisme uit de statuten van de communistische partij werd gehaald. ”Heiligschennis” voor veel stalinisten die daarop vertrokken. Na 1982 verlieten nog meer leden het zinkende schip. 5.000 hadden zich uit de CPN terug getrokken in 1985. Vlak voor de opheffing telde de Communistische Partij van Nederland nog maar 3.416 betaalde leden!

Het linkse leven in de jaren 70 was een paradox. Zeker bij dogmatisch links zoals de maoïsten. Aan de ene kant de individualistische zelfontplooiing en aan de andere kant het totalitaire collectivisme. Jongeren vonden dat ze alles konden en alles mochten, maar legde zichzelf en anderen juist weer strenge ”revolutionaire” regels op. Dit paradox kan verklaren waarom in de jaren 80 vele het linkse pad verlaten hebben, voor de ”realiteit” van de dag. Dit toont waarom een toekomstige socialistische samenleving nooit dogmatisch mag worden. Socialisme is geen dogma, wie wel zo denkt zal op den uur al zijn/haar energie en idealisme verliezen. Kijk maar naar de communistische partijen van China, Vietnam en Laos. Zie hoezeer die van het marxistische pad zijn afgestapt in de naam van pragmatisme!

 

Advertenties